18-09-2019

Nawoord

Het heeft lang geduurd, dit blog, begonnen in 2013, en nu, eind 2019 is het dan af. De reis zoals ik hem hier gemaakt heb, zonder auto door Australië, is nu op deze manier niet meer mogelijk. De trein door de woestijn is niet meer met red tickets te boeken, alleen nog met gold en platinum, wat eigenlijk betekent dat de Indian Pacific (en de Ghan, van Noord naar Zuid) een dure toeristenval is geworden; tickets van 2000 australische dollars of meer. Hoe je nu door de woestijn moet reizen zonder auto of zonder vliegtuig weet ik eigenlijk niet meer.
Ook de tour door de blue moutains wordt door 333travel waar ik hem geboekt heb niet meer aangeboden. Er zijn wel andere touroperators waar je bouwstenen in Australië kunt boeken. Die kun je aan elkaar vastbinden, of los als eendaagse tours boeken.

17-09-2019

29 april - Mijn laatste dag in Australië

Vanmiddag vertrekt mijn vliegtuig, dezelfde route terug, via Singapore. Nu heb ik een iets ruimere overstap om het enorme vliegveld van Singapore te zien. Ik vlieg ook weer over de Oekraïne, wat me wederom verbaast. Terecht, blijkt dan dus een paar maanden later.
Perth is een mooie stad om te winkelen. Ik koop een linnen broek, yogapants en een Australische hoed. Ben ik blij dat ik weer naar huis ga? Wellicht, maar ik ben voornamelijk zenuwachtig voor de reis terug, zoals ik dat altijd ben. Eenmaal ingecheckt verdwijnt dat.
Het vliegtuig stijgt op en ik vlieg over Australië. Ik zie het land eindelijk in vogelperspectief, het rode land onder mij tussen de wolken door. Ik zwaai nog een keer en vlieg dan over intercontinenale wateren. Op naar Nederland!



14-09-2019

Welke dieren heb ik allemaal in het wild gezien in Australië?




Koala's
Grote grijze Kangoeroes
Rode kangoeroe
Parkieten
Kaketoes
Red ear bushwalibie
Kookaburrah
Lorikeet
Papegaaien
Pinguins
Reuzenmier
Zeehonden
Zeeleeuwen
Kageroo island kangoeroe
Zeearend
Pelikaan
Zwarte hagedissen
Zwarte zwaan
Quokka's
Een dolfijn!

28-april Rottnest eiland

Parakeet bay

Vandaag is de laatste dag in Australië! Ik ben van Oost naar West getrokken via de zuidelijke kust. Op deze laatste dag ga ik met de veerboot naar Rottnest eiland, een eiland voor de kust bij Perth. Het eiland is zo genoemd door Willem de Vlamingh, een Nederlandse ontdekkingsreiziger. In dienst van de VOC bracht hij de kust van West-Australië in kaart. Hij kreeg, zoals dat gaat, ook de opdracht een inwoner van het gebied te vangen. Tja.

Rottnest eiland googlemaps

Hij was degene die voor het eerst zwarte zwanen zag in de Swan rivier. Hij was dus ook degene die Rottnest eiland op de Westerse kaart zette. Het eiland is van het vaste land gescheiden door de steiging van de zeespiegel na de laatste ijstijd. De lokale Noongar noemden het eiland Wadjemup, wat "plek over het water waar de geesten zijn" betekent. Er is een actie gaande om het eiland weer zo te noemen. Witte Aussies noemen het eiland Rotto. tegenwoordig wordt het eiland door jongeren gebruikt voor een soort springbreak, een beetje zoals ons Terschelling. Pas dus op met bezoeken voor deze data!
Het is een geweldige dag met zonneschijn en ik ga met de trein naar Freemantle en de veerboot over naar het eiland.

Met de trein naar Freemantle
De veerboot naar Rottnest island 

De veerboot neemt ook iedere ochtend de huurfietsen mee nar het eiland, en iedere avond terug naar het vasteland. Dat is niet erg goed voor de fietsen, voortdurend over het zoute water getransporteerd worden!

De fietsen worden getransporteerd naar het eiland

In de haven van Rottnest huur ik een van de fietsen en een helm dis ook hier verplicht is. Ik ga vandaag een rondrit over het eiland maken op de fiets. Op Rottnest eiland zijn geen auto's! Dus alle wegen zijn van de fietsers!
Ik heb me al in dagen niet meer zo vrij en vrolijk gevoeld. Wat een heerlijke dag! Wat een geweldig mooi eiland. De weg gaat langs de kust, de wind waait door je helm, je ruikt de zee, de zon schijnt op je lichaam, het is prachtig!
Het eiland, dat eens de woonplaats was van de oude Noongar stam, diende van 1838 tot 1931 als strafkolonie. Inheemse Aboriginals werden in die tijd van het vasteland naar Rotnest eiland gebracht om te 'pacificeren'. Dit mondde uiteraard uit in slavernij. Naar schatting zaten bijna vierduizend Aboriginals op het eiland vast voor zaken als het branden van struiken of het oogsten van groente op hun voormalige land. Er zijn een aantal plaatsen waar herinneringsplakettes zijn aangebracht over deze verschrikkelijke toestand.
De natuur van het eiland is prachtig. Ik fiets door de duinen en kliffen en zie zwarte salamanders.

De kust en de weg over Rottnest eiland
 Ik bij de Indische oceaan, met de fiets

Halverwege ga ik mijn luchpakket eten aan de rand van de weg. Kleine diertjes komen nieuwsgierig kijken. Quokka's! Het zijn een soort kleine kangaroes die alleen op rottnest eiland voorkomen. De populaties op het vaste land zijn verdwenen met de komst van wilde katten! De diertjes gaan aan mijn fiets snuffelen, en klimmen dan vrolijk op mij!

 Quokka's

De diertjes zijn de eigenlijk naamgever voor het eiland. Willem de Vlamingh dacht dat het een soort ratten waren, vandaar de naam Rottnest, rattennest. Het zijn buideldieren en ze eten voornamelijk grassen en rozemarijn van het eiland, en de kruimels van menselijke lunches.

Ik neem de weg terug naar langs de kust en omdat ik tijd over heb voor het laatste veer weer terug gaat, neem ik een afslag naar de kust toe. Daar vind ik een volledig leeg strand in een baai. Parakeet bay. Ik kan mijn geluk niet op! Een strand zonder mensen, zwemmen!! De golven kabbelen op het strand terwijl ik het water in ga om te pootje baaien. Het hele uur dat ik hier ben komt er helemaal niemand!

Je kunt overnachten op het eiland, maar ik had besloten dat niet te doen en ga met de veerboot terug. Als laatste suprise worden we gevolgd door een dolfijn tot in de haven van Freemantle, die uit het water springt en zo te zien plezier had in het volgen van de boot!


Dit was een geweldige dag. Ik wil graag nog een keer terug naar dit eiland!

12-09-2019

Oorspronkelijke bewoners

Het is avond in Perth. Ik loop van het restaurant waar ik heb gegeten naar mijn heksenhuisje. Ik zie een opstootje tussen twee Aboriginals, duidelijk dronken. Een politieauto met sirenes komt met gillende banden de hoek om. Ongelukkige mensen in een donkere omgeving. Ik zie Aboriginals alleen in de stad. Ik bedenk dat steden een bepaalde cultuur hebben, waar de Aboriginal cultuur, de kijk op het land, de songlines niet in passen. Aboriginals kunnen heel goed succesvol in de stad leven, als ze een deel van hun cultuur opgegeven en een deel van de stadscultuur overnemen, wellicht.
Ik probeer de cultuur van de oorspronkelijke bewoners te vangen. Ik ga naar twee tentoonstellingen over Aboriginal kunst en cultuur, ik zie hoe de eerste westerse Australische kunstenaars de oorspronkelijke bewoners wel en niet zien in hun impressionistische kunst, ik lees Kraaienwacht van Inez van der Spek, die twee wegen, de mislukte migratie van haar familie verbindt met de weg van de 500.000 Aboriginals via het verhaal van kunstenaars en activisten Michael Riley en Fiona Foley, ik vertel in dit blog de songline van Ngintaka, die ik in het museum heb gezien, binnen mijn eigen songline, mijn eigen route en weg in Australië. Maar die cultuur vang ik niet. Henning, de buschauffeur in the Grampians, vertelt dat je pas buiten de gebaande paden van de steden het echte Australië ziet, en zegt me dat ik nog eens terug moet, door de woestijn, naar het andere Australië, dat ik volgens hem enorm zou waarderen. Maar ik denk dat ook Alice Springs, en de Aboriginal cultuur in de woestijn een toeristische attractie is geworden, mensen die zo leven voor ons. Het stemt treurig, en ik kijk in de rondte en het is donker.

11-09-2019

27 april - Perth

Een nieuwe stad is opnieuw verkennen, en vooral, opnieuw ontbijt en lunchplekken vinden. De straat van mijn hostel komt uit op een bredere straat, die uiteindelijk naar het centrum leidt. In een zijstraatje aan de andere kant ga ik ontbijten in Sayers Sister, wat ik in de app Happy Cow gevonden heb. Happy Cow is een lijst van vegetarisch vriendelijke restaurants per stad gerangschikt. Ook is er een kaartmodus, waarbij je ziet waar in de stad ze liggen.
Na de reis met de India Pacific mag ik luxe ontbijten, en ik neem koffie, juice, een taartstuk met room en een brownie met poedersuiker. Daarna ben ik klaar voor de dag.

Ik vind Perth de meest Europese stad van de steden waar ik tot nu toe geweest ben. Het centrum is voetgangersgebied, omzoomd door brede wegen voor de bussen en auto's. Er is een groot plein met winkels, en in de straten aan het plein zitten de kleinere winkels, eettentjes, chocoladewinkels, Italiaans ijs. Het doet mij erg aan de Europese binnensteden denken. Perth is een rijke stad, dat merk je ook aan alles. De inwoners zijn rijk geworden van de mijnbouw, van het vervoeren van erts, waar je een goed leven en een huis met tuin en zwembad van kunt kopen!

Van alle steden waar ik ben geweest wordt ik van Perth het minst blij. Ik ben ook al lang weg, misschien dat dat ermee te maken heeft. Maar van alle plekken waar ik ben geweest is Perth misschien wel de plek waar ik nog eens naar terug wil. Vanwege Rottnest eiland.

Na mate je de haven nadert verandert de stad en kom je in het zakencentrum van Perth. Hier staan hoge wolkenkrabbers, kantoren van de grote banken, financieringsbedrijven en de bedrijven rondom de scheepvaart, mijnbouw, handel met Azië en vervoer. Hier lijkt de stad het meest op een Aziatische megastad, Shanghai of Singapore.

Perth vanaf de Swan river.


Perth is de hoofdstad van West Australië, en de meest geisoleerde hoofdstad ter wereld. Er omheen ligt een groot niets. Zoals de meeste steden is Perth gebouwd rond de monding van een rivier, de Swan, die inderdaad bekend is vanwege de zwarte zwanen die er zwemmen. Vandaag ga ik met een boot over de rivier de Swan naar de voorstad Freemantle, waar grote koloniale huizen het straatbeeld bepalen.

Freemantle

Midden in het zakencentrum staat een enorme heel moderne klokkentoren, een slank ontwerp opgebouwd uit beton en glas. Aan de buitenkant is niet direct te zien wat de Swan Bells eigenlijk is. in de klokkentoren zit een set van achttien klokken. Veertien van deze klokken zijn afkomstig uit de St. Martin in the Fields kerk aan de Trafalgar Square in Londen. De Swan Bells toren is ruim tweeëntachtig meter hoog en telt een zes-tal verdiepingen met op de top een observatiedek waarbij je uitkijkt over de rivier en de stad.

Swan bells tower

Met een groep van 18 man ga ik omhoog naar het observatiedek. We mogen allemaal omste beurt een klok luiden. De kinderen in de groep vinden het geweldig! Op het hele uur kun je het mechaniek in werking zien en de klokken zien zwiepen als ze het uur inluiden.

Perth vanaf het observatiedek van de Swan bells

Ik heb zoveel indrukken gehad dat ik het genoeg vind geweest. Ik ga naar het Kings park. Aan al die namen merk je het koloniale Engelse verleden van de stad. Ik wandel langs de groene long van de stad naar de botanische tuin. Heel veel begroeiing bestaan uit uitzonderlijke planten en bloemen. Er zijn verschillende wandelroutes te volgens waarbij je langs vele monumenten, gedenktekens en kunstobjecten loopt. Er is ook een speciale indigenous people route, de Nyoongar aboriginals. hier zie je hun kunstvoorwerpen en leer je over het gebruik van planten en bomen door de Nyoongar. In het park staan allerlei palmbomen, waardoor de stad hier weer anders wordt, een soort tropische stad. 

In Kings park

04-02-2019

26 april - Knibbel knabbel knuisje

Mijn eerste doel in Perth is mijn hostel voor de komende dagen, en dat is een heksenhuis!

Mijn hostel!

Het ligt aan de buitenrand van het centrum, maar nog net binnen de  free transit zone, dus ik moet een half uurtje lopen vanuit het centrum of met de bus. De bussen in Perth zijn van het bedrijf CAT-transit, en hebben een mooi lopende katachtige op hun bussen!


In het hostel heb ik een bunkbed in een kamer met zijn vieren. De enige die er op dit moment is, is een oude Griekse man van 76, met diepe groeven in zijn gezicht, een zwarte alpinopet op zijn hoofd en een stok om op te steunen, die in het hostel slaapt. Hij heeft slaapapneu en slaapt met piepende adem met een zuurstofmasker op aan een apparaat. Hij is uit griekenland vertrokken om hier te werken en is blij, vertelt hij, want in het hudige Griekenland zou hij geen recht hebben op betaalbare medische hulp. Hij komt graag in hostels als hij reist, ondanks dat hij al zesenzeventig is!

30-01-2019

26 april - 4750 kilometer



Na 20 dagen reizen van kust naar kust, na 4750 kilometer dwars door Australië, stap ik deze onbewolkte ochtend uit op het station in Perth.

27-01-2019

Kalgorlie

Kalgorlie is de tweede stop tijdens de rit. Eigenlijk ligt dit al heel dicht bij Perth, het eindpunt. Relatief geproken dan natuurlijk, over een meer dan 1000 kilometer lange reis. Kalgorie is echt een stad. Er wonen 30.000 mensen, die voornamelijk werken in de mijnbouw en het transport. Bij Kalgorlie ligt de grootste goudmijn van Australië. Hij is 3,8 kilometer lang en 1,35 kilometer breed. De bodem van de mijn ligt zo’n 500 meter onder het woestijnoppervlak. Het mijnbouwbedrijf wil graag de mijn laten zien, en met een aantal passagiers ga ik mee.
Buiten regent het. De mensen van Kalgorie zijn er blij mee, het is heel droog geweest, veel langer dan gebruikelijk, dit is de eerste regen in maanden.
We mogen de mijn alleen van grote afstand bekijken. In de mijn wordt het gesteente met explosieven losgemaakt. Grote grijpers laden zware vrachtwagens met erts die het naar boven brengen. Per jaar wordt zo’n 15 miljoen ton aan materiaal op deze wijze getransporteerd. Boven staan installaties om het goud aan het erts te onttrekken. Het gesteente wordt verpulverd en via baden wordt het goud van de rest van het materiaal gescheiden. Het goud wordt gesmolten en in staven gegoten. De mijn is continu in bedrijf.
Toch krijg je ondanks de afstand een gevoel van de enormiteit van de mijn. We mogen wel naar een museum, waar de geschiedenis van de mijn wordt uitgelegd. Vroeger was het een ondergrondse mijn, zoals je een mijn voorstelt. Tegenwoordig is de mijn een open mijn, een enorme kuil in het landschap.
Ook zie je hier de enorme graafmachines waarmee de erst naar boven wordt gebracht. De wielen zijn drie keer zo hoog als ik ben.
Als we terug komen is het al avond. Met een toeter op de hoorn vertrekt de trein voor het laatste stuk door het donker naar Perth, waar we de volgende ochtend aankomen.

Ngintaka; een songline van de Anangu

Terwijl ik door de woestijn dender, denk ik aan Ngintaka, de hagedisman, die de maalsteen gestolen heeft van de aboriginals en tijdens zijn vlucht de steen laat vallen, die voor de ogen van de aborinals in gruzelementen valt. De aboriginals zijn boos over het verlies van hun steen, die zoveel voor hun betekent. Met zijn allen vallen ze de Ngintaka aan en doden hem met twaalf speren.

Over hier, iets noordelijker in de woestijn, gaat deze songline. Het is een route door de woestijn, langs de markeringen die de Ngintaka op zijn vlucht in het landschap heeft gehouwen, de vruchten en zaden die hij heeft gegeten en die tot bloei komen langs deze route, het drinkbare water dat er langs deze route is.
Het is een ontstaansverhaal, over plekken die vruchtbaar zijn, en de betekenis van de maalsteen. Zonder maalsteen kunnen de zaden niet gemalen worden, is er niets te eten.

Ngintaka Tjukurpa alatji - paluru ngura parari nyinangi tjiwa wiya, paluru tjiwa kurakuratjara nyinangi munu paluru mai wakati rungkaningi, munu rungkara uninypa uninymankula ngalkuningi.


Cook

1138 kilometer van Adelaide, en 1523 kilometer van Perth ligt Cook. Het is een van de twee stops van de Indian-Pacific. Door de luidspreker meldt de conducteur dat we uit mogen stappen, maar er om moeten denken dat we na een uur er weer moeten zijn omdat de trein vertrekt en niet wacht op achterblijvers. There's only one train every week, klinkt het verontrustend. Ik blijf de trein altijd in mijn oog houden terwijl ik rondwandel.



Cook is gebouwd tijdens de bouw van de spoorlijn zelf. Spoorwegbouwers woonden hier terwijl ze aan het sppor werkten, richting Perth en richting Adelaide, tot ze het spoor naderden waar de bouwers van de volgende stad aan werkten. Toen de bouw voltooid was bleef Cook bestaan voor de 200 reparatiemedewerkers van de spoorlijn. Ondanks zijn geisoleerde liggingwas het een florerende stad, met een school van de kinderen van de reparatiemedewerkers, en een zwembad. Na de privatisering van de lijn in 1997 was deze reparatiehub niet meer nodig, vonden de nieuwe eigenaren, en verdwenen bijna alle inwoners en werd het een spookstad. Tegenwoordig wonen er nog zeven mensen.


Deze zeven mensen zijn voor hun voorraden en water (!) afhankelijk van de trein. De trein zelf tankt hier diesel voor het vervolg van de rit. De inwoners zijn dus voor hun voorraden afhankelijk van de trein, en de trein voor zijn voorraden afhankelijk van dit stadje. Mocht er iets gebeuren met de trein, dan zijn in Cook medijnen. Een hele grote voorraad EHBO dozen, zo stel ik mij voor.


Tijdens de anderhalf uur die je hier ongeveer bent krijg je niet echt een goed idee van de enorme lege ruimte die er om Cook ligt. De woestijn is alom tegenwoordig. Woestijn had ik mij voorgesteld als heet, mar het is koud vandaag, tussen de tien en vijftien graden. Ik bibber in mijn t-shirtje met korte mouwen. En er zijn vliegen. Enorm veel vliegen. Dat is het eerste wat je merkt als je naar buiten stapt.

Enorm

Veel

Vliegen


Na Cook begint het langste stuk rechte spoorweg ter wereld, tot de volgende stop, Kalgorlie. 478 kilometer kaarsrechte spoorlijn, waar de conducteur om de minuut een knop moet indrukken om te bewijzen dat hij niet in slaap is gevallen. Je vraagt je af hoe ze het hebben kunnen aanleggen, zonder ergens de fout in te gaan en toch een bochtje te moeten maken. :)

De conducteur fluit.

We stappen weer in.

Als we wegrijden komt er bij de overgang een pickup-truck aan. Heeft die pech, de enige minuut in een hele week dat de spoorovergang dicht is.



22-12-2018

25-04 Ochtendrituelen

Zonsopkomst in de woestijn, vanuit de rijdende trein

Het is nog donker in het rijtuig, en iedereen slaapt nog. Mijn medepassagiers zijn nog de onschuldigen van de nacht. Sommigen, zoals ik, slapen met een ogenmaskertje, anderen zonder. Ik heb wel wat geslapen in mijn stoel. Die kon nog een stuk naar achteren, waardoor het iets comfortabeler werd. Maar echt verkwikkend was de slaap niet, vaak wakker natuurlijk, en ik kon moeilijk een houding vinden. Vannacht nog een nacht. Maar nu is het nog donker van de nacht ervoor, en de gordijnen zijn nog dicht. Maar eigenlijk wil ik wel de zon zien opkomen boven de woestijn, dus ik heis me uit mijn stoel en loop voorzichtig op mijn sokken naar de restauratieruimte, waar de gordijntjes wel open kunnen.
Ik dacht dat meer mensen dit wel wilden zien, maar ik ben de enige. Misschien troeft enige nachtrust wakker worden voor de zonsopkomst af. Ik koop een kopje koffie in een piepschuimen bekertje en ga aan een tafeltje zitten naar buiten kijken. Langzaam zie ik de nacht ochtend worden. De trein kedengt in een rustig ritme. Het blauw in de hele vroege morgen, als je verder nog niets ziet, is misschien wel de mooiste kleur op Aarde!
Slurp, neem ik een slokje koffie, lastig in een rijdend voertuig. De vier vrienden die ik gisteren heb zien instappen komen ook binnen en zijn met mij de enige passagiers in de restauratie. Ze geven de steward bij de koffie een ruwe schouderklop, alsof ze elkaar al jaren kennen.
'Good morning' zeg ik.
'G'day', zeggen zei.
We hebben allemaal nog niet genoeg koffie op en zijn nog blurry eyed. Ik vind dat een hele mooie uitdrukking, die precies uitdrukt hoe het voelt. Ik neem nog een bekertje koffie, met een croissant met  poedersuiker. Oppassen, niet te hard ademen, anders zit ik onder poedersuiker!
Ik kijk weer naar buiten. Vaag zie ik de schim van de horizon. Dichtbij zie je de beweging van de trein. De trein dendert verder, rechtdoor, alsmaar rechtdoor, over het langste stuk rechtdoor dat een trein in de wereld rechtdoor rijdt, 478 kilometer lang rechtuit.
Ik ga staan en rek mijn lichaam uit. Mijn spieren zijn nog steeds vergroeid met de slaaphouding in de stoel. Ik buig naar links. Ik buig naar rechts. Mijn spieren knakken over mijn ruggewervel. Ik draai mijn schouders los.
De zon staat aan de hemel, piept tussen de wolken door. De woestijn is ongenadig rood. Ik voel de zon op mijn huid en kan de dag aan. De dag, die zal bestaan uit ditzelfde uitzicht, deze rode woestijn met zijn bolletjes groen, en de trein die de rechte rails rijdt.

Een ode aan Moord op de Orient Express

Het was vijf uur op een wintermiddag in Adelaide. Langs het platform stond de majestueuse trein die in de Lonely planet word bestempeld als 'The great southern rail'. Hij bestaat uit een geel blauwe loc met 30 zilver glimmende rijtuigen, 774 meter in lengte, eerste en tweede klas, met strikt gescheiden rijtuigen, dinerrijtuigen en slaaprijtuigen. Eerste en tweede klassers ontmoeten elkaar alleen tijdens de twee keer dat de trein stopt en de passagiers even naar buiten mogen.
De passagiers zijn van zeer divers pluimage. Een gedrongen man van middelbare leeftijd, duidelijk gekleed in zijn alledaagse kloffie, maakt in alles de indruk van een zeer ervaren Indian-Pacific reiziger. Soepel loopt hij door de controles om naar binnen te kunnen. Zijn indruk, de sjofele kleren, zijn een aantal dagen niet geschoren gezicht, doen vermoeden dat hij al langer onderweg is zonder luxe, misschien al de hele route vanaf Sidney. Hij wenkte zijn drie maten, even eenvoudig gekleed, even lang niet geschoren gezichten.
Bij de trap naar het rijtuig met stoel nummers 1 tot en met 51 stond een slanke jongen, duidelijk Australisch, met twee duffels, een in zijn hand en een op zijn schouder. Zijn neus was wat rodig van de zon en omgeven met kleine sproetjes en een beginnende snor. Hij werd tegengehouden door een van de stewards van de India Pacific; zo veel bagage mag niet mee naar binnen in de trein. Duidelijk articulerend maakte de jongeman duidelijk dat hij het er niet mee eens was. De steward liet hem echter niet naar binnen en hij droop af naar het perron. De duffels werden op de grond gezet en hij keek links en rechts om zich heen terwijl hij er een open maakte om van de twee duffels eentje te maken die mee mocht in de trein. De andere moest mee in de bagageruimte.
Een blond meisje, net twintig zou je schatten, praatte in het Duits tegen haar telefoon terwijl ze de steward haar ticket, stoel nummer twee, liet zien. In elegant Engels bedankte ze de steward, terwijl ze de trap op in het rijtuig liep. Wij werden buren voor de komende drie dagen, begreep ik.
De bejaarde luitenant leek zich bewust dat hij een rol speelde in een act op een later moment. Het werd Anzac day terwijl we onderweg zouden zijn van Adelaide naar Perth, ergens diep in de woestijn. Hij had zijn uniform aangedaan en al zijn medailles van de oorlogen waarin hij had gevochten opgespeld. Hij stak zijn borst trots naar voren toen hij zag dat van de weeromstuit de steward nog rechterop ging staan.
En er was die vreemdeling, nummer 1, uit het verre Nederland, blijkbaar; zo stond het in ieder geval in zijn paspoort. De afgelopen weken waren verrassend maar ook inspannend geweest. Er was van alles gebeurt tijdens zijn reis tot zover. Hij was in Sidney in de stromende regen wezen wandelen in de Blue mountains. Hij had koalabeertjes gezien, hoog in de boom, tijdens een wandeling langs de great southern road, waar hij bijna was overvallen door opkomende vloed. In de nacht was hij omsingeld door gras etende kangoeroes. Hij had honderden boeken vrijgelaten in Melbourne en met toeristen samen in bussen gezeten. Dit deel zou een aangename, rustige reis moeten zijn. Tweede klas, dat wel, met zijn eigen geroofde dekentje zou hij moeten slapen in zijn stoel. Ook hij zei Thank you tegen de steward, en bedacht direct dat dat veel minder elegant klonk dan het Duitse meisje, en stapte in de trein. Hij observeerde zijn medereizigers met aandacht, terwijl hij, zonder veel succes, een praatje probeerde te maken met zijn Duitse medepassagier in stoel twee. 
Meer naar achteren, met minder last van de loc in hun rijtuig, stapten de mensen met een eerste klas kaartje in. Duidelijk anders, chic, veel netter gekleed, sommigen vrouwen met oorbellen en kettingen, de mannen in overhemd met een jasje.
Door de intercom meldde de conducteur krakend en piepend dat de trein zal vertrekken en wenste ons een voorspoedige reis. Bezweet stapte op het laatste moment ook de jonge Australiër, nu met één duffel, op de trein. Hij is duidelijk niet op zijn gemak, voelde voortdurend aan zijn tas en in zijn jas, onzeker of hij alles wel bij zich heeft nu. De loc toeterde drie keer en zet zich dan in beweging. Alle passagiers installeerden zich in hun stoel, de komende drie dagen hun thuis. De Nederlandse jongen pakte de spullen die hij bij de hand wil hebben uit zijn rugtas; een flesje water, zijn boek The Days of Anna Madrigal. Hij keek op zijn telefoon, maar buiten het station is er geen 3g verbinding meer. Alle andere passagiers schuifelden ook in hun stoel, maakten het zich gemakkelijk. Hoe verschillend ook, toch is er iets dat ze zal verbinden deze reis.

03-08-2014

24-04 Op de Indian-Pacific

Vanavond stap ik in de trein die me dwars door de Australische woestijn voert, twee dagen lang, dus ik neem vandaag afscheid van de mooie stad Adelaide, waar ik me de hele tijd heb thuisgevoeld. Ik ga nog een keertje eten bij het UR-caffe. Ik check uit mijn hotelkamer. De bagage blijft even bij de receptie tot vanavond. De komende twee nachten slaap ik op een stoel in de trein. Ik heb dat wel eens eerder gedaan, op vakantie naar Italië, en toen sliep ik überhaupt niet, maar dan wordt je ook drie keer ewakker gemaakt voor grenscontroles, waarvan één keer met woeste herdershonden. Nu gaan we ook een grens over, die van South- naar West-Australia. Daarvoor gelden weer allerlei andere quarantaineregels, waar ik me strikt aan houd, de Chinese meisjes in Border Security in gedachten houdend. Zo mag je geen bijproducten, zoals wax of honing mee nemen naar West Australia, en geen verse vruchten, want ze hebben er geen fruitvliegjes. Eenmaal in de woestijn ontdek ik dat fruitvliegen wel the least of the vliegenworries zijn. Maar goed.

Als afscheid ga ik naar het South Australia museum, waar een tentoonstelling is over aboriginal art, en naar de Adelaide zoo, om de panda's te bekijken. In het South Australia museum is een tentoonstellingsruimte volledig gewijd aan één dreamstory van de indegenous people van Zuid Australië, over de hagedis Anangu. Het verhaal wordt door verschillende contemporary artist uitgebeeld, met prachtige beelden en schilderijen. Terwijl je door de zaal loopt lees en zie je langzaam het verhaal voor je. Zo staan er prachtige beelden van de hagedis aan het begin, en zie je schilderijen van de plaatsen waar de hagedis zich verstopt als hij de maalsteen heeft gestolen. Aan het eind van de zaal wordt het einde van het verhaal voor je verbeeld. Ik wil daarna wel doorlopen naar de andere zalen, met dinosaurusbotten en dergelijke, maar het lukt me niet goed, en ik ga weer naar buiten om alles in me op te nemen.
Ik vind opnieuw een Bentozaakje, waar ik een bento koop met unami, aal. Maar ze hebben er mayonaise bij gedaan, wat ik eigenlijk een beetje te fusion vind. Maar wat wel lekker blijkt als ik buiten op een muurtje bij het museum mijn bento opeet. In de bentoshop ontmoet ik Sean, een Australiër die drie jaar in Nederland gewoond heeft, en wel in Utrecht! Hij heeft les gehad op de Hoge School voor Kunsten in Utrecht, de HKU. Hij was vormgever. Uiteindelijk is hij terugverhuisd naar Australië om uit het milieu te komen waar hij in was terechtgekomen en hij werkt nu in de mijnen, vijf dagen op en vijf dagen af. Dit zijn zijn vijf dagen af, en hij vindt het leuk weer eens Nederlands te kunnen praten, wat hij best goed kan!
Panda's zijn zulke rustige gratieuze dieren! Ze zijn heel zen als ze op een rits bamboe zitten te kauwen. Ik heb wel weer twee dingen geleerd. Ik dacht dat panda's reuze oud konden worden, maar hun levensverwachting is maar 25 tot 30 jaar.  En ik had altijd begrepen dat panda's alleen bamboe lusten, maar van het kassameisje van de dierentuin begrijp ik dat ze proberen om de overrijpe vijgen van de 125 jaar oude vijgenboom te eten, vanwege de alcohol. De vijgen zijn zo aantrekkelijk dat de dierentuin een hek heeft moeten bouwen om de panda's bij de vijgenboom vandaan te houden.

Ook ik ben te zen, want ik kijk pas veels te laat op de tickets van de trein, waarop staat dat je twee uur van te voren aanwezig moet zijn om in te checken, en bedenk pas bij het hotel dat de taxi niet alleen naar het station moet rijden met mij er in, maar ook naar het hotel om mij op te pikken. Nu word ik dus zenuwachtig, vooral als ik bedenk dat het wel een spitsuur zou kunnen zijn. Ik bedenk nu dat dit misschien wel het punt is waarop alles verkeerd begint te gaan, en ik voortdurend achter mezelf aan moet rennen. Maar als ik bij de incheckbalie sta uit te hijgen en mijn bagage op de loopband leg, denk ik nog dat het een enige faut-pas is, die goed afloopt. Want ik ben op tijd, en kan zelfs nog een Indian-Pacific pen en ansichten kopen in het winkeltje voor ik naar mijn stoel moet. Ik heb stoel één, want ik ben een zekere reiziger, die als allereerste deze reis met de Indian-Pacific heeft geboekt, toen nog wel. Ik heb nog nooit een echt lange treinreis gemaakt van meerdere dagen. De trein heeft een douche en toilet en een restauratiewagen, zo Agatha Christie! Hoe zal die allemaal gaan? Ik zal het ontdekken!

29-07-2014

23-04: Adelaide

Ik ontbijt in het UR-caffe, wat ik een erg leuke plek vind. Het is op nog geen vijf minuten lopen van mijn hotel, een afstandje dat ik in de stralende zon afleg. Dit wordt mijn favoriete ontbijtplek in Adelaide. Ik ontbijt met geprakte avocado met granaatappelpitten, gepocheerd ei en cherrytomaatjes op toast.
Het is zonnig en een graad of 21, en omdat ik vind dat ik toch minstens één keer in Australië naar het strand moet en in de zee, ga ik vandaag fietsen huren bij mijn hotel, die dat als service biedt en langs de rivier naar de kust fietsen.

 Het huren van de fiets is voor mij net zo leuk als voor het hotelpersoneel, want de fietsen worden niet zo vaak verhuurd. Het is voor hen ook een van de eerste keren dat ze dit doen en ze gaan vrolijk mee in het proces van fietsen verhuren en formulieren invullen. De fiets is een schattige damesfiets, en ik kies uiteraard degene met de rieten mand, waar ik mijn waterflesje en lunch kan doen.

De fietstocht langs de rivier is bijna als langs de Kromme Rijn, en leuk bochtig op en neergaand pad langs de meanderende stroom, die soms wat breder is en soms wat smaller, met eendjes en aalscholvers, en pelikanen en ara's.
Ik ruik het naderen van het strand. De geur van de zee is zeer distenctief, maar moeilijk in woorden te omschrijven. Het is de geur van de zee. Het is een geur die direct een neuronenbaan in je hersenen actief maakt, een oeroude energiebaan, generaties geleden vastgelegd en overgeerfd tot nu, nu het geen nut meer heeft de zee te ruiken. 
Strandweer is voor Australiërs en toeristen blijkbaar iets heel anders dan voor mij. Het strand is, op een familie in een tent na, verlaten. Hier en daar wandelt iemand met de hond. Ik heb mijn geborgde handdoek en een zwembroek mee, want ik wil toch één keer in de zee, maar ik weet niet hoe dat moet, zo zonder voorbeeld. Ik stap maar weer op de fiets en fiets verder, iets wat ik wel begrijp.
Onderweg zie ik wederom een pelikaan die bedelt om voer. Ik gooi een stukje brood, dat hij in zijn snavel opvangt. Een mevrouw vertelt dat de pelikanen uit Adelaide zoo komen, waar ik morgen naartoe ga. Hun verblijf staat open, zodat ze kunnen vliegen. 's Avonds, etenstijd!, komen ze terug om gevoerd te worden. 

Een half uurtje voor sluitingstijd kom ik in het Adelaide art museum. Ik word in eerste instantie overweldigd door de voorste zalen, bomvol met olieverfschilderijen. Ik ben een aquareltype, olieverfschilderijen vind ik, zelf eentje maar, overdonderend. De verf is zo dik, de kleuren zo donker, de verf druipt er bijna van af.
Bij een olieverfschilderij blijf ik staan, omdat ik het interessant vind. Hij is geschilderd door absoluut een Brit, ik geloof dat hij O'Connell heette, en het is een landschapschilderij van de rivier de Murray, die hier een eindje verderop (eindjes verderop zijn in Australië al snel honderd kilometer) stroomt en waar je boottochten op een radarboot kunt maken. Het is eind 1800 geschilderd. Je ziet de monding van de rivier met bomen. Maar ook met Aboriginal mensen naast de rivier, een man en een vrouw, de avond doorbrengend bij een vuur. Dit doorbreekt het denken van zowel blank als aboriginal. Volgens de Australische geschiedenis zouden de eerste settlers het land hebben gezien als leeg, zonder mensen, er liggend om te worden ontgonnen. Van aboriginal art leer je de machteloosheid en woede over het decimeren van de aboriginalcultuur en hun connectie met het land en hun families. Maar het schilderij laat zien dat ook de eerste blanke settlers de Aboriginals zagen, niet alleen cultureel vooringenomen, maar ook gewoon een man en een vrouw bij een vuur, zoals die er geweest zullen zijn. Het is natuurlijk ook het soort romantiek dat in die tijd erg hip was.
Ik zie ook impressionistische schilderijen van Autralische landschappen van Aussie schilders. Dat is een vreemde ervaring, omdat impressionistische schilderkunst voor mij altijd Europese landschappen betreft. De landschappen hier zijn anders, het licht is anders, de lucht is anders. Het is overduidelijk Australië, maar dan op een impressionistisch schilderij.

20-07-2014

Koala feiten


Algemene feiten:
  • Koala's zijn solitaire dieren, met een leefgebied klener dan 3 hectare
  • Koala's communiceren door het markeren van bomen met hun geur uit geurklieren. Ze maken erg lage geluiden, boeren, of schreeuwen. Ze hebben hiervoor 2 sets stembanden. Hier is meer informatie van wetenschap24.
  • Koalamannetjes leven ongeveer 10 jaar. Vrouwtjes kunnen 5 jaar ouder worden.
  • Koala's zijn sleepyheads. Ze slapen ongeveer 19 uur per dag! Eucalyptus heeft weining voedingswaarde, de bladeren zijn vezelrijk en bevatten gif dat voor de meeste andere dieren gevaarlijk is. Daarom moeten koala's zo lang slapen.
  • Koalamannetjes wegen zo'n twaalf kilo. Vrouwtjes zijn onder de tien kilo zwaar.
  • Door jacht waren koala's aan het begin van de vorige eeuw bijna uitgeroeid.

Eten en drinken:
  • Koala's eten eucalyptusblaadjes. Ze hebben een aantal favoriete soorten eucalyptici, maar als het moet eten ze ook andere. Koala's zijn gezien op meer dan 120 verschillende soorten eucalyptussoorten.
  • Toch eten ze niet alleen eucalyptus. Koala's zijn gespot op zeker 40 verschillende soorten non-eucalyptusbomen. Ze eten ook door mensen aangeboden voer, maar daar worden ze ziek van. Niet doen dus.
  • Water krijgen Koala's binnen via het opdrinken van regendruppels en vocht op blaadjes, en natuurlijk van het eten van euclayptus. Soms drinken ze uit poelen. Ze zijn zelfs zwemmend gespot!
Nageslacht:
  • De paartijd is gedurende de lente en zomermaanden, alsof het dan al niet warm genoeg is! Koala's maken tijden het paren dus die hele lage geluiden met hun andere stembanden
  • Koala's hebben een draagtijd van ongeveer 35 dagen. Hoewel tweelingen soms gezien worden, is een enkel jong normaal.
  • Bij de geboorte wegen koalajongen ongeveer 500 miligram en zijn minder dan 2 centimeter lang, van hoofd tot staart!
  • Het jong brengt de eerste vijf á zeven maanden door in de buidel. Na een jaar zijn ze onafhankelijk van hun moeder, maar blijven bij hun moeder tot ze een eigen leefgebied koloniseren. Koala's hebben dan ook groencorridors nodig om nieuwe leefgebieden te kunnen koloniseren.


17-07-2014

22-04: Kangaroo Island

Kangaroo Island is een eiland bij de kust van Adelaide, ongeveer zo groot als Limburg, Noord Brabant en Zeeland bij elkaar. Het is daarmee het derde grootste eiland van Australië, dat zelf natuurlijk ook eigenlijk een eiland is.
Het is zo'n 10.000 jaar geleden gescheiden van het land van Australië, vanwege het stijgen van de zeespiegel na een ijstijd. Door deze afgelegen ligging is het vooral bekend vanwege zijn dieren en planten. Een aantal soorten, zoals de Kangaroo Island kangaroo, zijn endemisch; ze komen alleen op Kangaroo Island voor. De Nederlandse Wikipedia: Er leven 22 zoogdiersoorten op Kangaroo Island, waarvan 19 inheems zijn: de mierenegel (Tachyglossus aculeatus), de Kangaroo Island-kangoeroe (Macropus fuliginosus fuliginosus), de tammarwallaby (Macropus eugenii decres), de voskoesoe (Trichosurus vulpecula), de gewone kortneusbuideldas (Isoodon obesulus), de buideleikelmuis (Cercartetus concinnus), de kleinste dwergbuidelrat (Cercartetus lepidus), de endemische smalvoetbuidelmuis Sminthopsis aitkeni, de ratten Rattus fuscipes en Rattus lutreolus, de vleermuizen Pteropus scapulatus, Chalinolobus gouldii, Chalinolobus morio, Vespadelus darlingtoni, Vespadelus regulus en Nyctophilus geoffroyi, de Australische zeeleeuw (Neophoca cinerea), de West-Australische pelsrob (Arctocephalus pusillus doriferus) en de Nieuw-Zeelandse zeebeer (Arctocephalus forsteri). *Hierbij aangetekend dat de link naar de West-Australische pelsrob een link is naar de Kaapse pelsrob, die volgens het artikel verwand is aan de West-Australische
Een aantal van deze dieren kun je spotten op het eiland.

Het eiland werd Kangaroo Island genoemd door Matthew Flinders, de commandant die heel veel Australië zijn naam heeft gegeven en wiens naam heel veel voorkomt in Australië, van het beruchte Flinders Island tot in iedere beetje stad een Flinders street of vergelijkbaar. Hij was de commandant van het eerste schip dat volledig rond Australië heeft gevaren.
Er is geen Openbaar vervoer op het eiland; je bent aangewezen op een van de tours, of zelf een 4wheeldrive huren. De tours zijn onderverdeeld in tours met een 4wheeldrive, of met een bus, en dan langere of kortere tours, van een dag. Ik wilde wel langer op het eiland blijven, maar mijn planning kon niet anders dan gebasseerd zijn op de dag dat ik met de Indian Pacific zou vertrekken door de woestijn. Ik kon daarom geen lange tour met overnachting nemen en besloot tot een eendagse tour. Die waren ook nog enigszins betaalbaar. Dus heb ik in Nederland al rechtstreeks een tour geboekt via sealink.
We werden op een asociaal vroeg uur, zelfs voor mij, tegen half vijf al!, opgehaald bij onze hotels door de tourbus. We moesten nog een paar uur rijden voor we bij het veer naar Kangaroo Island waren, waarin ik kon contemperen over de staat van zijn van de openbare toiletten in Australië. Na een aantal zitplaatswijzigingen kwamen we op Kangaroo Island aan. Gezien de omvang van het eiland en aangezien we van de ene vuurtoren naar de andere en terug moesten, zo'n 400 kilometer, is de tour van een dag eigenlijk een soort speeddaten met het eiland. Op bepaalde punten kun je een kwartiertje of half uurtje uitstappen voor een fotomoment met zeeleeuwen, koala's, zeehondjes of de endemische kangaroe, maar het gaat allemaal volgens een strak tijdsschema. Ik heb de mooie foto's van zeeleeuwen en koala's, maar niet het gevoel gehad ooit echt op Kangaroo Island te zijn geweest.

 Kangaroo Island westkust





Zeeleeuwen!














De Kangaroo Island kangaroe
 Koala!
 Zeehonden op de rotsen


Kangaroo Island westkust













De eerste uitstapplaats was bij de zeeleeuwen. In het museum dat bij de zeeleeuwen hoorde, werd ons verteld dat het wilde dieren waren, en dat we vooral bij elkaar in één groep moesten blijven en niet te dicht bij de zeeleeuwen mochten komen. En zeker niet afdwalen. We liepen een trap af naar het strand. Een zeeleeuw lag te pitten onder de traptreden. Tot zover er niet te dicht bij komen. Maar we mochten haar niet proberen te aaien en geen vingers door de traptreden steken, en niemand was gelukkig zo gek om dat te doen! Een mannetjeszeeleeuw is erg beschermend tegenover zijn harem aan vrouwtjes en hij liep voortdurend op zijn flippers over het strand om te laten zien wat allemaal van hem was! Op de terugweg naar het basiskamp :), toen ik net mijn telelens had verwisseld voor de normale, raakte onze gids in alle staten toen er een zeearend overvloog. Daar  heb ik deze foto van:


Na weer een uur rijden, en, ik moet toegeven, erg goed lunch, waarbij ook aan vegetariërs was gedacht, en nog een uur rijden kwamen we bij de volgende stop, de koalawalk. De koala's zijn niet endemisch voor Kangaroo Island maar hier uitgezet, ik vermoed voor de toeristen. Medewerkers van een hotel in de buurt gaan iedere dag langs de bomen om te kijken in welke zich een koala tegoed doet aan eucalyptusblaadjes en plaatst hierbij een rode vlag. De kunst voor ons toeristen is dus om de rode vlaggetjes te vinden. Dat levert zeker erg mooie foto's van koala's, veel beter dan degene die ik zelf heb gevonden eerder op de trip, maar het haalt het toch niet bij dat gevoel zelf koala's te vinden. Aan de westkust zitten de West Australische pelsrobben op de rotsen. Inmiddels was op het eiland een behoorlijke bosbrand uitgebroken, dus enigszins gehaast ging onze bus weer terug over het eiland naar het beginpunt. Om tien uur 's avonds, na de ferryreis terug en de busreis, waren we weer in Adelaide.
Het leukste van alles was misschien wel de terugtocht met die ferry, kijkend naar de sterren op het dek. Drie Chinezen zagen mij dat doen en hallden gelijk hun fotocamera en statief om foto's te maken. Bij het aankomen in Australië zag ik op de pier nog een leuke pinguinkolonie. Zelf ontdekt, niet aangerijkt zoals de zeeleeuwen en de koala's.

12-07-2014

22-04 Openbaar toilet

Het is zes uur in de ochtend en ik zit in de bus naar Kangaroo Island en we moeten het maar eens over openbare toiletten hebben. Want hoewel ik na deze reis vermoedelijk volledig genezen ben van mijn fobie voor het gebruik van toiletten in de openbare ruimte, moet mij toch wat van de blaas. Ik heb, geloof mij; zeker niet tot mijn genoegen, gebruik moeten maken van allerlei soorten openbare toiletten. Een hurktoilet, ik herhaal, een HURKtoilet op Singapore Airport. Toiletten in hostels, openbare toiletten in Sydney & Melbourne, de open lucht, bush toilets in de Grampians, een soort gegraven kuilen met een doos met een gat erboven in een plastic hok, openbare toiletten bij benzinestations, chemische toiletten, eentje met gaten in het dak in de stromende regen bij het lighthouse, en het was allemaal even smerig. Stinkend druipend met bruine strepen, afgerolde toiletrollen in de hoek vastgekit, waar je precies in het midden wilt staan en geen enkel object te dicht wilt naderen, druipend om je heen, tok, tok, tok, wegvloeiend in de met wit uitgesleten betonnen vloer. Pies als tonicum voor de drie keer zo grote krabbeldieren. Na plassen horen je schoenen niet aan de vloer vastgeplakt te zitten! Ik vlieg naar buiten en schuur met de schoenzolen over het gras, langdurig, om elk contact met de plee aan de sprieten af te vegen.
Urinals heb ik al nooit echt begrepen; waarom zou je met zijn alleen naast elkaar op een rijtje staan pissen in een soort ovale staken? Maar hier in Aussieland zijn ze fan van de pisbak; een soort urinaal, maar dan van, ik neem maar aan, roestvrij staal, waar je niet eens meer in rust kunt piesen omdat je straal tegen het metaal klettert, wat door het hele toiletgebouw echoot, en je weg moet springen voor de opspringende druppels.
Maar het vreemdste is een soort geul met een soort verticale metalen plaat waar je tegenaan piest en een grid van ijzer over de geul waar je op moet staan. Je piest dus tegen de stalen plaat en het loopt onder je schoene weg. Meestal.
Mijn vraag is weer: waarom?? Willen mannen niet in alle rust plassen? Is dit een soort male-bonding experience waar ik niet van op de hoogte ben?

18-06-2014

You got mail

Een mailtje. Het is van de Indian-Pacific lui. Het is nog zeven dagen voor vertrek en ik word goede reis gewenst en geadviseerd het volgende mee te nemen:
  • Een deken
  • Een kussen
  • Toiletries
Ik ga hamsteren. Ik neem een lapjesdeken mee uit een hostel in de Grampians, met het idee hem in Perth terug te sturen met een berichtje erbij: 'I borowed this blanked from your hostel. I needed it for the Indian Pacific. I return it in this parcel. My utmost gratitude for lending.'
In een hostel in Adelaide betaal ik vijf euro borg voor een handdoek. Ik vind dat een redelijke prijs en besluit de borg als aankoopbedrag te zien. Een kussen koop ik in een K-mart, twee voor tien dollar. Ik probeer het overbodige kussen aan een dakloze te geven, maar die is er niet in geïnteresseerd.

Met al deze items heb ik een ander probleem. Mijn 'rol'koffer is overvol. Ik geef een serie boeken weg aan diverse mensen onderweg, sommige met een bookcrosssticker, sommige nog zonder. Een aantal kleren die ik toch zelden meer draag gooi ik in een hostel in een zak voor tweedehands kleren. Als je wilt mag je daar ook items weer uit halen als je die nodig hebt. Volgens mijn roomie zal ik een paraplu niet nodig hebben. Hier in Adelaide zal het niet regenen en in Perth, waar hij vandaan is gereisd, ook niet. Dit blijkt een enorme misvatting, maar ik laat de paraplu liggen. Mijn koffer is weer net onder de twintig kilo, den kan dicht zonder dat ik er op moet zitten, en zo moet het maar! Het voordeel is als ik straks uit de Indian-Pacific stap en de deken en kussen kwijt ben, mijn koffer zo licht is dat ik allerlei aankopen kan doen!

15-06-2014

21-4 Adelaide

In the news: $3 million dolars has been earmarked for the restauration of Churchill rd, Adelaide. Three storey app. buildings are going to be build, with prices starting at # 331.000.
Na een periode buiten is het altijd weer wennen aan een stad. Daar heersen andere regels, andere verkeersstromen. En pas als je er een week niet bent merk je hoe veel een stad eigenlijk is, zoveel licht en geluid en auto's en stank en mensen en kleuren en gebouwen.
Adelaide is een geplande stad. Ze is ontworpen door de eerste gouveneur van Zuid Australië, kolonel William Light in 1836. Zijn plan, dat nu Lights vision is gedoopt, was om Adelaide te ontwerpen in een netwerk, met 5 vierkanten in het centrum van Adelaide, met daaromheen een ring van parken, de Adailde Parklands. De stad is daardoor erg groen en er valt, zelf als je het niet kent, eenvoudig iets te vinden. Het is een stad waarin mensen zouden willen wonen, in plaats van al onze steden, die ontstaan zijn uit wanorde en waarin planologie alleen maar averechts werkt. Voor mij werkt Adelaide! Het moment waarop ik het Centrale busstation uitstap en de weidse brede lanen betreed, voel ik mij thuis. De stad is laag en weids, met brede straten. Overal zijn groenstroken en parken. Een stad waarin je je niet opgesloten voelt tussen de muren van de huizen. Een stad met een horizon, die je private space niet binnendringt.Dat is niet altijd meer zo, gezien het huidige nieuws, waar ook behoorlijk geprotesteerd wordt tegen de bedragen van geplande appartementen.


Er ontstaat ruimte. Ruimte die in de 1830's nodig was voor de wagens met ingespannen ossen die waar van de haven naar de stad en omgekeerd bracht, en mij nu een gevoel van ademruimte, vrijheid geeft.
Ik doe vandaag wat de Adelaidians doen. Ik loop Woolworths binnen voor de ingrediënten voor een picknick in het park; kalamantiolijven in rodewijnazijn, turks brood met knoflook, Tasmaanse kaas, cheddar natuurlijk, en noten en ga op een bankje in de botanische tuinen zitten voor lunch. Adelaidians nemen hun eigen opklapstoeltjes en tafeltjes mee voor een picknick, maar die heb ik natuurlijk niet.
Ik versleep mijn niet rollende koffer naar mijn nieuwe plek, een heus hotel, her Majestic Minima hotel. Dit is pas de tweede keer ooit dat ik in een hotel overnacht; de eerste keer was in een art hotel in Berlijn. Ook dit hotel in Adelaide is een art-hotel. Elke kamer is ontworpen door en heeft kunst van een andere kunstenaar. Het vreemde is, mijn kunst hangt achter mijn bed. Ik kijk uit op een enorm plasmascherm. Gelukkig staat het bed op wieltjes, en ik sleep hem naar de andere kant van de kamer en maak hem opnieuw op, zodat ik kan lezen en kijken naar de kunst in de kamer. De kunstenaar is Peta Al Annah Chigwidden en heet Mother of creation. Het is een lijntekening van een naakte vrouw van achteren, liggend, over vier panelen.
Verblijven in een hotel is een hele andere manier van reizen. Ik heb deze drie dagen geen enkele andere gast gezien. Dat is misschien ook een beetje de vorm van dit hotel, waar geen diningroom bij zit. Maar het ontmoeten van andere mensen tijdens een door een hostel georganiseeerd pannenkoekenontbijt, dat zie je in een hotel niet zo snel denk ik.

Het is zes uur 's avonds, en het is aardedonker. Dit hoort niet, hoor ik mijn lichaam en geest schreeuwen, het kan nog niet donker zijn. Maar dat is het wel. Het voelt als een winterdag in december, zo vroeg al avond. Mijn lichaam is goed gewend aan de nieuwe tijd, maar aan dit nieuwe seizoen zal het nooit wennen. Zelfs nu ik dit schrijf, anderhalve maand later in het zonnige Nederland, is mijn biologische seizoenenklok nog van slag.
Ik loop door Brundle street, de winkelstraat van Adelaide, maar alles is gesloten. Waar Sydney en Melbourne 's avonds gewoon open zijn, 24uurssteden in de New-York traditie, gaat Adelaide dicht. In het licht van de neonreclame en straatlantarens zingt Samantha Edge en speelt ze piano. Leuk, een avondconcert.
'We have bought her CD,' zegt een jongetje. 'It was only ten dollars.' Zijn vader heeft een boerderij buiten Adelaide, hij mest vleeskoeien. Ik zal niet niet tegen hem zeggen dat deze periode een goede tijd is om te verkopen, dat zal hij zelf weten. Hij houdt van Nederlandse koeien. We babbelen over het vliegtuig dat nog steeds niet is gevonden en de verkiezingen in Australië, die op de rol staan. En over de bosbranden, die ook in Europa in het nieuws waren. Dat zijn kindjes hier naar school gaan en hij nu niet meer kan reizen, zoals ik. Hij moet lachen om het paardenvleesschandaal in Europa, wat hier in Australië ook in het nieuws is geweest.
'Five and five is ten,' zegt het jongetje.